|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De spaceshuttle Columbia (NASA aanduiding: OV-102) was de eerste spaceshuttle van de vloot van NASA. De eerste vlucht werd gemaakt op 12 april 1981. In 1999 kreeg de Columbia een grondige opknapbeurt. De shuttle verongelukte tijdens de terugkeer van missie STS-107 op 1 februari 2003. Op 1 februari 2003 verloor NASA het contact met de shuttle 15 minuten voor de verwachte landing op het Kennedy Space Center in Florida. De shuttle had een wetenschappelijke vlucht van 16 dagen uitgevoerd. Op ruim 60 kilometer hoogte brak de shuttle in delen uiteen en brokstukken van de shuttle kwamen onder andere terecht in de staat Texas.
bewerk Het ongelukDe spaceshuttle Columbia bevond zich op 63 kilometer hoogte en had een snelheid van ruim 20.000 kilometer per uur toen hij uit elkaar viel. Voor het uiteenvallen liep de temperatuur van de romp van het ruimteveer sterk op. De temperatuurstijging van het middelste gedeelte van de romp bedroeg 32°C in 5 minuten. Tegelijkertijd nam de luchtweerstand sterk toe. De oorzaak hiervoor bleek te zijn dat de linkervleugel van de shuttle langzaam uiteenviel als gevolg van een beschadiging aan het hitteschild. Het hitteschild beschermt de shuttle tegen de wrijvingshitte die optreedt als het voertuig de atmosfeer binnenkomt. Bij de lancering van de spaceshuttle op 16 januari, 80 seconden na het vertrek, raakte een stuk isolatieschuim van de externe brandstoftank los. Dit raakte de voorrand van de linkervleugel en beschadigde daar een deel van het hitteschild. In deze vleugel deden zich zeven minuten voordat de shuttle uiteenviel de eerste problemen voor. De gebeurtenissen voor het ongeluk in chronologische volgorde:
bewerk Oorzaak van het ongevalDe Columbia Accident Investigation Board (CAIB) heeft medio mei 2003 geconcludeerd dat de problemen van de Columbia zijn begonnen met het losraken van een stuk isolatieschuim van de externe brandstoftank, 81,7 seconden na de lancering. Dit stuk schuim kwam met een harde klap tegen de voorrand van de vleugel, waarbij belangrijke, uit koolstofcomposiet bestaande panelen van het hitteschild werden beschadigd. De snelheid van het stuk schuim bedroeg circa 800 km/h en er werd een gat geslagen ter grootte van een koffer (1000 cm2. Wellicht werd ook een afdichting tussen deze panelen beschadigd. Radarbeelden van de dag na de lancering lieten zien dat een gedeelte van het paneel of de afdichting van de shuttle vandaan dreven. Toen de Columbia weer de atmosfeer binnenkwam kon het hete plasma dat de shuttle dan omhult de vleugel binnenkomen, waarbij door de hitte verdere panelen werden aangetast. Bovendien sneed de hitte door de aluminium constructie van de vleugel, waardoor de linker vleugel desintegreerde. Hierdoor werd de shuttle instabiel en zette een draaiende beweging naar links in. Daardoor kwam de romp van de shuttle haaks op de bewegingsrichting te liggen. De romp kon de resulterende sterke vertragingskrachten niet aan waardoor de shuttle geheel uiteenviel. De onderzoekscommissie concludeerde op 27 augustus dat de NASA cultuur mede debet aan het ongeluk is geweest, waarbij berichten van technici door de top van de organisatie werden genegeerd. De commissie oordeelde tevens dat de bemanning van de shuttle wellicht door een - riskante - reddingsoperatie gered had kunnen worden. De NASA had direct na de lancering echter al besloten dat een eventuele redding toch niet mogelijk was. Voordat het CAIB de officiële eindconclusie van het onderzoek naar buiten bracht werden ook andere mogelijke oorzaken voor het ongeluk genoemd:
Op 20 maart 2003 wordt gemeld dat de zwarte doos in Texas is gevonden. bewerk Bemanning tijdens de laatste vluchtDe bemanning tijdens de laatste vlucht bestond uit 2 vrouwen en 5 mannen, waarvan 1 uit Israël.
bewerk Nederlandse experimentenTijdens de laatste vlucht van de Columbia stonden 80 experimenten op het programma, waarvan drie Nederlandse:
bewerk Vluchten van de Columbia
Landing van de Columbia tijdens STS-1
Spaceshuttle Columbia maakte 28 vluchten, was 300,74 dagen in de ruimte, draaide 4808 rondjes om de aarde en legde in totaal 201.497.772 km af, inclusief de laatste vlucht. Het is de enige shuttle die nooit aan het Russische ruimtestation Mir en het ISS is vastgekoppeld. De reden hiervoor was dat de Columbia zwaarder was dan de andere spaceshuttles en daarom minder geschikt was om onderdelen naar het ISS te brengen. De Columbia bleef wel in gebruik door de NASA omdat ze langer in de ruimte kon blijven dan haar zusterschepen. De langste spaceshuttlemissie, STS-50, die 13 dagen, 19 uur, 30 minuten en 04 seconden duurde, staat dan ook op haar naam. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |